Whiskey, het gouden juweel van Ierland (1)
Ierse whiskey is lange tijd het kleine broertje geweest van de Scotch, maar er is een kentering op komst. Ierse whiskeymakers tonen zich steeds fierder op hun vloeibare schatten, en ook in de culinaire wereld ontdekken chefs de waarde van een van Ierlands meest belangrijke exportproducten. Whiskey mag dan ook het gouden juweel van de Ierse schatkist genoemd worden, meer waard dan diamant.
Whisky of whiskey?
Ieren en Schotten, het zijn ergens loten van eenzelfde stam maar toch ook zo verschillend. Dat weerspiegelt zich ook in de schrijfwijze: Ieren houden het steevast bij ‘whiskey’, Schotten schrijven ‘whisky’.
In de loop van de twintigste eeuw hebben de Ierse whiskeymakers definitief de rol moeten lossen. Ruim één miljard liter Schotse malt en blended whisky tegenover amper vijftig miljoen liter Iers levenswater, de verhoudingen zijn in nog geen eeuw tijd helemaal scheefgegroeid. Opmerkelijk, want de Ieren mogen er terecht prat op gaan ‘uitvinder’ van whisk(e)y te zijn. Volgens de overlevering zou de Ierse patroonheilige Saint-Patrick de kunst van het distilleren aan de Ieren geschonken hebben, al is het waarschijnlijker dat jacobijnse monniken op bedevaart deze kennis overal hebben nagelaten.
Drooglegging
Honderd jaar geleden was de Ierse whiskey wijd verspreid en minstens de evenknie van de Schotse productie, met Amerika als voornaamste afzetmarkt. Bij de Drooglegging bleken de Schotten handiger om hun intussen illegale drank toch op de Amerikaanse markt te kunnen slijten. Een nieuwe zware klap kreeg de Ierse whiskey bij de burgeroorlog in de jaren dertig. Verschillende distilleerderijen werden vernietigd, en talloze fabrikanten moesten noodgedwongen hun activiteiten stopzetten. De genadeslag kreeg de Ierse whiskeymarkt toen de Amerikaanse bevrijders op het einde van de Tweede Wereldoorlog een duidelijke voorkeur voor Schotse whisky hadden en naast chewing-gum en nylonkousen ook de Scotch overal verspreidden.
Ook kreeg Ierse whiskey een slechte naam door illegale stooksels zoals poteen. De Ieren hebben een eeuwenoude traditie van zelf whiskey stoken, een praktijk van trail & error waarbij niet zelden doden vielen. Via Ierse immigranten drong dit eigen fabrikaat ook door tot de Verenigde Staten, waar het als moonshine bekend staat. Een poëtische naam die verwijst naar het door smokkelaars zo geliefde maanlicht. Veilig weggeborgen in geheime grotten, afgelegen hutten, diep in de bossen of in de kloosters: alle plekken waren goed om de gegeerde drank in het geheim te distilleren zonder de gehate accijnzen te moeten betalen.
Gerelateerde artikels: